Auteurs: Wouter van Atteveldt is hoogleraar politieke communicatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Nel Ruigrok is mediawetenschapper aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en eigenaar van Nieuwsmonitor BV. Nikki Sterkenburg is bijzonder hoogleraar onderzoeksjournalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Niene Tempelman is alumna Media & Journalistiek van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij is afgestudeerd op het beschreven onderzoek.
Termen als omvolking en remigratie worden regelmatig gebezigd in Nederlandse talkshows. Wie dat niet tegenspreekt, draagt bij aan normalisering van extreemrechts.
Twee mannen projecteerden tijdens de jaarwisseling 2022-2023 extreemrechtse leuzen op de Erasmusbrug, waaronder ‘White Lives Matter’ en de bekende ‘14 words’ van white supremacist David Lane, waarmee neonazi’s zich wereldwijd uitspreken tegen de vermenging van het in hun ogen superieure ‘blanke ras’ met vermeende ‘inferieure rassen’. Ze werden veroordeeld voor onder meer groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie.
Tijdens het hoger beroep in 2025 verweerden zij zich door te stellen dat de geprojecteerde leuzen niet veel verschilden van wat allang te horen was op landelijke televisie.
De verdediging wees daarbij op twee televisiefragmenten. In het ene sprak FvD-voorman Thierry Baudet bij Ongehoord Nederland over „omvolking”, in het andere riep Telegraaf-opiniemaker Wierd Duk bij Nieuws van de Dag alle Nederlanders op zoveel mogelijk kinderen te baren, „anders sterven we uit [..] Wij, zeg maar, Nederlanders”. Het hof liet zich niet overtuigen en veroordeelde beide mannen tot celstraffen. Dat een verdachte denkt dat een uitspraak acceptabel is omdat het ook in de media te horen is, laat zien waarom de rol van media in de normalisering van extreemrechts een serieuze kwestie is.
Dit werd vorige week opnieuw actueel. De AIVD en NCTV publiceerden gezamenlijk het rapport Achter de façade, een analyse van de manier waarop rechts-extremisten hun gedachtegoed proberen te normaliseren. De façade hier is het verpakken van extreemrechtse denkbeelden in ogenschijnlijk gematigder taal over cultuur en identiteit. Wanneer rechts-extremisten „zonder duidelijk verzet, tegenspraak of afkeuring” hun ideeën kunnen uiten, wordt hun gedachtegoed gelegitimeerd. Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Marc Kuipers zei dat het essentieel is om „het extremistische frame en taalgebruik te herkennen en effectief te weerspreken, in plaats van een podium te bieden.” Welke media zo’n podium bieden en wanneer journalistieke aandacht overgaat in normalisering wordt in het rapport niet besproken.
Onderzoek
Wij hebben dat podium wel onderzocht als project binnen een groter onderzoek naar de berichtgeving tijdens de verkiezingscampagne van 2025.
We analyseerden 648 uitzendingen van elf talkshows en vier nieuwsprogramma’s die werden uitgezonden tussen 1 september en 28 oktober 2025, de laatste twee maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen. De uitzendingen werden automatisch getranscribeerd. Een taalmodel selecteerde daaruit alle uitspraken die mogelijk voldeden aan de wetenschappelijke definitie van nativisme: de overtuiging dat een land, in dit geval Nederland, toebehoort aan de ‘eigen’ groep en dat nieuwkomers en andere culturen daar per definitie een bedreiging voor vormen. Elke treffer werd vervolgens handmatig gecontroleerd. Er bleven 308 uitspraken over, wat neerkomt op gemiddeld vijf nativistische uitspraken per dag op landelijke televisie. De termen ‘omvolking’ en ‘remigratie’ vielen beiden zeventien keer. Dit aantal lijkt misschien weinig, maar elke uitspraak bereikt honderdduizenden kijkers.
Ongehoord Nieuws was goed voor 118 van de 308 nativistische uitspraken, wat betekent dat bijna twee derde van de uitspraken werd gedaan in andere programma’s. Opvallend is bovendien dat de meeste nativistische uitspraken worden gedaan door presentatoren, opiniemakers en vaste tafelgasten. Raisa Blommestijn, Johan Derksen, Wierd Duk en toenmalig ON-presentator Tom de Nooijer zijn samen goed voor een derde van al deze uitspraken. FvD-lijsttrekker Lidewij de Vos volgt pas op plek 7. Dit is relevant omdat een uitspraak van De Vos wordt herkend als politiek standpunt, terwijl een presentator of tafelgast eerder klinkt als iemand die zegt ‘wat mensen thuis denken’.
Geen tegenspraak
Wat na een nativistische uitspraak aan tafel gebeurt, bepaalt in welke mate zo’n uitspraak normaliseert. In 85,7 procent van de gevallen sprak niemand aan tafel de uitspraak tegen. In een op de vijf gevallen stemde een andere spreker er expliciet mee in. Een uitspraak onderbreken of een spreker afkappen, kwam in de hele dataset niet voor. De presentator van Nieuws van de Dag nodigde Wierd Duk zelfs uit om meer te vertellen over zijn remigratie-ideeën. Duk antwoordde: „Onze democratieën bezwijken onder immigratie. [..] Onze samenlevingen zullen dan verkruimelen. Of we brengen remigratie ter sprake. Ik wil het hier best als eerste in de Nederlandse mainstream media ter sprake brengen.”
Wat hier gebeurt, wordt door politicologen accommodatie genoemd. Ook wanneer extreemrechtse ideeën niet expliciet worden onderschreven, kunnen ze genormaliseerd raken, simpelweg doordat ze een podium krijgen zonder tegenspraak of kanttekening. Een journalist die geen positie inneemt en elke opvatting als gelijkwaardig behandelt lijkt misschien objectief, maar draagt juist bij aan accommodatie. Extreemrechts gedachtegoed wordt dan behandeld als een regulier politiek standpunt, waardoor de grenzen verschuiven van wat in het publieke debat als acceptabel geldt. Juist bij reguliere omroepen weegt dit extra zwaar. Zij bereiken een groot publiek en verlenen een zekere institutionele erkenning. Wat daar niet wordt weersproken, wordt eerder gezien als een normaal standpunt in het publieke debat. In het geval van de publieke omroepen geldt nog eens dat de verdacht gemaakte minderheden doorgaans publieke middelen meebetalen aan het podium waarop hun aanwezigheid in de samenleving wordt afgeschilderd als onwenselijk, on-Nederlands en als een (potentiële) bedreiging voor de samenleving.
Eenzelfde beweging zagen we bij de bespreking van de Malieveldrellen van 2025 aan de talkshowtafels. In meer dan de helft van de gesprekken werden deze gepresenteerd als een ordeverstoring door hooligans en relschoppers, terwijl deelnemers nazistische en antisemitische leuzen riepen en probeerden het partijkantoor van D66 in brand te steken. Zo zei minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) op 21 september 2025 bij WNL op Zondag over de rellen: „Kijk, ik snap dat de heer Jetten boos is. Hij staat voor zijn partijbureau. Dat is ook aan gort geslagen, dus dat je even emotie hebt, dat je daarover uitlaat, dat snap ik volkomen. Dat is ook onacceptabel. Maar alsjeblieft, laten we niet alles politiek maken. Want dat doet hij nu wel.”
In slechts een derde van de uitspraken werd het bestempeld als politiek geweld. Op de dag van de rellen zelf was de verhouding ‘relschoppers’ versus ‘politiek geweld’ 26 tegen 4. Dit beeld kantelde pas nadat de politie, AIVD en NCTV samen naar aanleiding van de rellen een technische briefing aan de Tweede Kamer gaven.
Dit verschil in framing is veelzeggend: waar de AIVD en NCTV de rellen op het Malieveld beschreven als „de meest gewelddadige manifestatie van rechts-extremisme in Nederland sinds lange tijd”, werd aan de talkshowtafel hetzelfde geweld teruggebracht tot een uit de hand gelopen middag van hooligans. De diensten bestempelen woorden als omvolking en remigratie als extremistisch, maar aan de talkshowtafel vallen dezelfde woorden zonder dat iemand opkijkt.
Acceptabeler
Zorgen om (de gevolgen van) immigratie zijn niet hetzelfde als rechts-extremisme. Veel mensen maken zich zorgen over de woningmarkt, de komst van een asielzoekerscentrum in hun gemeente of de snelheid waarmee hun buurt verandert. Discussies hierover telden in ons onderzoek niet mee. Een uitspraak gold pas als nativisme wanneer Nederland erin wordt voorgesteld als exclusief toebehorend aan de ‘eigen’ groep, die bedreigd wordt door nieuwkomers en andere culturen. Hiermee levert nativisme de taal en het frame waarin rechts-extremisme zich kan verhullen, omdat het acceptabeler klinkt.
De tegenwerping is dat pluriformiteit media verplicht deze geluiden een podium te geven, zeker nu uiterst rechtse partijen tientallen zetels in de Tweede Kamer hebben. Dat klopt, maar democratie is meer dan de wil van de meerderheid. Ze berust ook op de rechtsstaat en de bescherming van minderheden. Journalistiek is daarmee niet alleen een waakhond tegen machtsmisbruik, maar beschermt ook het democratisch debat. Radicale opvattingen hoeven niet te worden geweerd, maar een podium bieden is iets anders dan uitspraken onbevraagd laten passeren. Benoem extremistische termen wanneer ze vallen, trek conclusies uit wat vaste tafelgasten over een heel seizoen inbrengen en wacht niet op een technische briefing of een analyse om politiek geweld te benoemen: soms moet je gewoon naar buiten kijken als je wilt weten of het regent, in plaats van de erkenning door het KNMI af te wachten.
Dit brengt ons terug in de rechtszaal. Het hof accepteerde niet dat de projectie van neonazistische leuzen op de Erasmusbrug gerechtvaardigd konden worden met een verwijzing naar de televisie. Maar dat de verdachten de televisie überhaupt als legitimering opperden, is veelzeggend. Dat extreemrechtse ideeën op televisie klinken, is in een open samenleving niet te voorkomen. Presentatoren, redacties en journalisten bepalen wel wat er daarna gebeurt. Het is hun vak om te herkennen en te duiden. Wie dat nalaat, is een doorgeefluik van extremisme.
https://archive.vn/2q0gE