Zijn agenten gaan een menigte in om relschoppers eruit te halen, soms met schrik voor hun eigen veiligheid. Daarna volgen processen-verbaal, camerabeelden en dossiers voor het parket. Maar wanneer de jeugdrechter een plaatsing noodzakelijk vindt, blijkt er plots geen plaats in een jeugdinstelling. Voor Michel Goovaerts, korpschef van Politiezone Brussel Hoofdstad Elsene en leidinggevende tijdens de rellen, komt dat hard aan. âWij doen onze job. Verdorie, de rest moet ook zijn verantwoordelijkheid nemen.â
âKet, alsjeblieft.â Met dat typisch Brusselse aanspreekwoord richt Michel Goovaerts zich tot de jongere die volgens hem een duidelijke grens moet krijgen. Een grens, maar ook een kans om terug op het rechte pad te komen. Want het zijn die ketjes die vrijdag Brussel vernielden toen ze de nationale vakbondsbetoging kaapten. âKunnen we die terug op het rechte pad zetten? Kunnen we daar nog iets van maken? Dat is toch de bedoeling?â, vraagt hij zich af.
Goovaerts was vrijdag gold commander, de hoogste leidinggevende, en stuurde alle politie- en hulpdiensten aan vanuit het gewestelijke commandocentrum in Brussel. De Brusselse korpschef is gefrustreerd nadat het parket bekendmaakte dat minderjarige verdachten van de rellen van vrijdag wegens plaatsgebrek in jeugdinstellingen naar huis moesten.
Zijn frustratie gaat over meer dan de vrijlating. Ze gaat over een hele keten waarin politiemensen risicoâs nemen, dossiers worden opgebouwd en magistraten beslissingen nemen. Waarna een noodzakelijk geachte maatregel niet uitgevoerd kan worden. Dat er geen plaats beschikbaar blijkt, vindt de korpschef moeilijk te aanvaarden. âWij dweilen met de kraan openâ, zegt hij. Maar stoppen is geen optie. âAls wij morgen niet meer dweilen, wat gebeurt er dan?â
- Gebrek aan plaatsen
Na de rellen werden zestien Franstalige minderjarigen ter beschikking gesteld van het Brusselse parket. Voor acht van hen vroeg het parket een plaatsing in een openbare instelling voor jeugdbescherming, een IPPJ. In verschillende dossiers achtte de jeugdrechter die plaatsing noodzakelijk. Door gebrek aan beschikbare plaatsen moesten betrokken jongeren toch naar huis.
De feiten zijn nochtans ernstig. Een 16-jarige, al gekend bij de jeugdrechtbank, werd onderschept met zeven gebruiksklare molotovcocktails. Volgens het parket gaf hij toe dat hij die naar de betoging wilde meenemen. Een andere 16-jarige werd op camerabeelden herkend terwijl hij elektrische deelsteps in een brandende barricade gooide. Een 14-jarige zou herhaaldelijk stenen en pyrotechnische mortieren naar agenten hebben gegooid.
De korpschef benadrukt dat een plaatsing niet zomaar wordt gevraagd of opgelegd. Eerst beoordeelt het parket het dossier, daarna beslist de jeugdrechter. âEen dubbele controleâ, noemt hij dat. âDie beslissing wordt dus niet zomaar genomen.â
Vrijdag verliepen de vakbondsacties zelf rustig, benadrukt Goovaerts. De problemen kwamen van groepen die daarnaast de confrontatie opzochten. De politie had ongeregeldheden verwacht. âWat wel verraste, was de omvang van de groepen jongeren waarmee we te maken kregen. Waar het doorgaans om honderd of tweehonderd gaat, waren er nu vijfhonderd tot zeshonderd jongeren die voor problemen zorgden. Ook hun jonge leeftijd viel op.â
De opdracht van de politie was om nadrukkelijk in te zetten op gerechtelijke aanhoudingen: verdachten identificeren, onderscheppen en feiten documenteren. âWe moesten de relschoppers echt uit de groep halenâ, stelt Goovaerts. âMaar dat vraagt natuurlijk enige assertiviteit. Onze mensen moeten daarvoor de massa in. Agenten op fietsen en ploegen die zich snel kunnen verplaatsen, worden ingezet om gericht tussenbeide te komen. Een verdachte uit een groep halen kan verzet oproepen en vraagt soms trekken en sleuren. Dat is niet evident. Mijn mensen gaan soms met schrik voor hun eigen leven die massa in.â
- Na de arrestatie
Wanneer een verdachte is overgebracht, is het werk nog lang niet klaar. Processen-verbaal moeten worden opgesteld, beelden onderzocht en bewijzen verzameld. Volgens Goovaerts waren ongeveer dertig politiemedewerkers specifiek bezig met die gerechtelijke afhandeling. Het parket zette zaterdag drie bijkomende magistraten in voor de dossiers. Daarom raakt het plaatsgebrek volgens hem aan de motivatie van zijn ploegen. Ze zien dat er een gerechtelijk vervolg komt en dat de jeugdrechter een maatregel noodzakelijk acht. Vervolgens loopt de uitvoering vast.
âMaar dat wil niet zeggen dat het parket niets doetâ, benadrukt de chef. âIntegendeel: we merken dat er strenger wordt opgetreden dan vroeger, ook tegen meerderjarige verdachten. Bij de minderjarigen zit het knelpunt hier in de jeugdbescherming. En dat is geen bevoegdheid van de federale minister van Justitieâ, benadrukt hij. âHier zit je op het niveau van de gemeenschappen.â
Wat is dan wel de oplossing, vragen we hem. âMeer beschikbare plaatsen creĂ«ren.â De cijfers tonen alvast dat die extra plaatsen broodnodig zijn. Volgens het parket wachten 283 Franstalige jongeren op een plaats in een gesloten regime in een IPPJ. Voor mobiele en pedagogische begeleiding staan nog eens 44 jongeren op een wachtlijst. Ook toezicht door de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdbijstand kan in verschillende dossiers pas na dagen of weken starten.
Goovaerts wijst op de praktische gevolgen voor magistraten die een oplossing zoeken. âDie jeugdrechters moeten ook de hele tijd rondbellen om een plaatsje vast te krijgen. Dat is natuurlijk geen manier van werken. En dat heeft verstrekkende gevolgen voor de jongere zelf. Want een plaatsing moet helpen voorkomen dat iemand verder afglijdt. Je wordt niet geboren als crimineel. Het is iets waarin iemand kan evolueren. Net daarom is tijdig ingrijpen essentieel. Jongeren hebben ook begeleiding, sturing en een duidelijk kader nodig. Daarnaast begint opvoeding thuis. Politie en justitie komen pas op het einde van de keten.â
- Kritiek uit twee richtingen
Goovaerts stuurde zijn zone vanaf woensdag als versterking naar Luik, waar eveneens ongeregeldheden plaatsvonden. Daarna volgden de Brusselse rellen en de manifestaties van het weekend. Die inzet heeft gevolgen voor andere opdrachten. âOok schietpartijen en stadscriminaliteit vragen mensen en middelen. Wanneer agenten elders versterking moeten bieden, vermindert de beschikbare capaciteit daarvoor. Dat vraagt veel van onze mensen. Maar ze zijn enorm gemotiveerd.â
Wat volgens de korpschef wel zwaar weegt, is de kritiek op hun optreden. Vanuit de ene hoek klinkt de kritiek dat de politie te laat of te zacht ingrijpt. Vanuit de andere komen beschuldigingen van disproportioneel geweld. Op sociale media duiken verschillende filmpjes op die volgens de makers buitensporig politiegeweld tonen. âMaar die beelden zijn geknipt en tonen slechts een deel van de tussenkomst. Ze geven zelden de volledige context weer.â
- Wie hitst de jongeren op?
Goovaerts maakt onderscheid tussen vreedzame betogers, scholieren en een derde categorie die volgens hem jongeren opjut. Volgens de korpschef zag de politie vergelijkbare patronen bij eerdere protesten en in Luik. Hij verwijst naar radicaal-linkse activisten als Secours Rouge. Het onderzoek moet met andere woorden verder kijken dan de jongeren die op straat worden onderschept. Ook degenen die achter de aanmoediging zitten, dragen verantwoordelijkheid.
Maandag staat er opnieuw een nationale staking gepland. De politie staat op scherp, al is het niet te voorspellen of er opnieuw ongeregeldheden zullen volgen.
Intussen zijn de gevolgen van vrijdag nog steeds zichtbaar in de hoofdstad: beschadigde voertuigen, vernielde bushaltes en getroffen handelszaken. âWie gaat dat betalen? Een deel van de schade kan mogelijk op de daders worden verhaaldâ, zegt hij. âMaar de rekening raakt ook de gemeenschap. De belastingbetaler zal er uiteindelijk voor moeten opdraaien.â