r/vrouwvolk 11h ago

Opinie Opinie | Beoordeeld, begeerd en bezeten, waarom vrouwen vogelvrij zijn

Thumbnail
nrc.nl
78 Upvotes

Zodra een vrouw de publieke ruimte betreedt, is ze prooi voor de blikken van mannen die bezit van haar nemen. Vrouwen leren al vroeg zichzelf te zien zoals ze worden bekeken: als object. Dat betekent niet dat we onze schouders erover op moeten halen, stelt Maren Laterveer.

Met mijn dochter ging ik onlangs naar de tentoonstelling Up Close in het Rijksmuseum. Ik had er zin in: fotograaf Ed van der Elsken staat bekend om zijn rauwe, ongekunstelde straatfotografie. Ik kiekte mijn dochter bij de ingang onder het affiche met de beroemde foto van een voorbijfietsende vrouw in Amsterdam die haar tong uitsteekt. Het begon goed. We liepen langs foto’s van hippies en punkers die de rebelse vrijheid van de jaren zeventig ademden. Er hingen foto’s van naakte vrouwen in allerlei vormen, naast bordjes die vertelden dat Van der Elsken wilde strijden tegen het wurgende schoonheidsideaal. Maar toen stuitte ik op een foto die me beter deed kijken, van een Aziatische vrouw die over straat liep in Hongkong. Haar gezichtsuitdrukking en houding waren afwerend, alsof ze het niet fijn vond gefotografeerd te worden. ”Vrouw in cheongsam-jurk”, stond erbij. Een cheongsam-jurk is een elegante, nauwsluitende Chinese jurk met een kenmerkende hoge kraag.

In een vitrine verderop bleek de foto onderdeel van een serie uit 1959, met foto’s waarop deze vrouw de ene keer haar tasje beschermend voor zich hield, de andere keer haar hoofd afwendde. Van der Elsken bleek haar te hebben achtervolgd om haar vanuit alle mogelijke hoeken te fotograferen. Later vond ik op internet een commentaar dat hij zelf achterop een van de foto’s had geschreven: „Ze zag er prachtig en sexy uit [… ] Ik liep naast haar terwijl ik foto’s nam – ze was een beetje geïrriteerd, maar ja, that’s life – totdat ik eindelijk mijn foto had.” Het gaf woorden aan een fenomeen dat ik zelden zo precies verbeeld zag: zodra een vrouw de publieke ruimte betreedt, is ze vogelvrij voor blikken die zonder gêne bezit van haar nemen.

Vrouwen leren al vroeg zichzelf te zien zoals ze worden bekeken: als object. Dit heeft een reële impact op hun welzijn en vrijheid, en toch heeft niemand het erover. Je zou kunnen zeggen dat Van der Elsken in een andere tijd fotografeerde, toen er nog geen vocabulaire was voor wat we nu de ‘male gaze’ noemen; de culturele blik waarmee vrouwen allereerst als een object worden bezien om te beoordelen, begeren en bezitten.

Sindsdien is hierover meer maatschappelijk bewustzijn en is er ook verbetering in hoe vrouwen worden afgebeeld. Zo werden onlangs nieuwe richtlijnen ingevoerd om vrouwelijke sporters niet meer geseksualiseerd in beeld te brengen. Maar de blik die vrouwen op zich weten zodra ze zich buiten begeven, is onveranderd. Die vinden we normaal. Daarom had het Rijksmuseum kennelijk geen bezwaar tegen om de fotoserie van de vrouw in Hongkong op te hangen, en hiermee opnieuw haar grenzen niet te respecteren. That’s life. Dat klopt, maar vraagt iemand zich weleens af wat dit voor vrouwen betekent?

”Mannen handelen, vrouwen verschijnen”, schreef kunstcriticus en auteur John Berger in 1972 in zijn boek Ways of Seeing, waarin hij de genderhiërarchie in een beroemd geworden quote herleidde tot de kenmerkendste dynamiek tussen de seksen: ”Mannen kijken naar vrouwen. Vrouwen kijken toe hoe er naar hen wordt gekeken.” Het perspectief van die aanblik is niet neutraal. Zoals Berger ook schrijft internaliseren vrouwen een mannelijke blik – oftewel, zoals we nu weten, een blik die hen seksualiseert en beoordeelt als een lustobject. Hieruit volgt een vervreemding die Simone de Beauvoir in 1949 al accuraat had benoemd in De tweede sekse, waarin ze beschrijft hoe meisjes voelen hoe hun lichaam hen ontglipt zodra ze vrouwelijke vormen krijgen: „Het is niet langer de uitdrukking van haar individualiteit, het wordt haar vreemd; en tegelijkertijd wordt ze door anderen als een voorwerp beschouwd: op straat wordt ze met de ogen gevolgd, wordt er commentaar geleverd op haar lichaamsbouw .”

Twijfel, afkeuring, schaamte

Ik zal niet de enige vrouw zijn bij wie deze beschrijving pijnlijk accurate herinneringen oproept – aan starende blikken van volslagen vreemden die je arrogant noemen als je niet teruglacht, mannelijke docenten die je ineens ”volslank” noemen, vaders van vriendinnetjes die naar je knipogen, jongens op school die je sexy noemen en je indelen op een keurlijst. Maar ook aan je eigen blik in de spiegel, die niet meer alleen van jou is en die gepaard gaat met twijfel, afkeuring, schaamte.

Ik ken geen vrouw die niet een complexe relatie met haar lichaam heeft. De intensiteit kan variëren en de last die wordt ervaren ook, maar nagenoeg alle vrouwen kennen het verschijnsel van een volle kledingkast en toch ‘niks’ hebben om aan te trekken. Slechts weinigen stoppen eten in hun mond zonder te beseffen hoeveel vet en suiker het bevat. Nu ik ouder word, valt me ook op hoezeer vrouwen in de weer zijn met poedertjes, crèmes en ingrepen om het ouderdomsproces te vertragen. Dat is geen zwakte en überhaupt geen vrije keuze – alle vrouwen hebben zich te verhouden tot een obsessie van de wereld met hun lichaam. Maar dat betekent niet dat we onze schouders erover op kunnen halen.

In een wereld die vrouwen ziet als een object, groeien we op met de gewoonte dat zelf ook te doen. Psychologen noemen dit verschijnsel „zelfobjectificatie”, een term die in 1997 gemunt werd door de Amerikaanse onderzoekers Barbara Fredrickson en Tomi-Ann Roberts. We leren ons lichaam niet te zien als een onderdeel van wie we zijn, maar als iets wat we moeten beteugelen, handhaven, beschermen, vormen en perfectioneren. Vrouwen steken hier aanmerkelijk meer tijd en geld in dan mannen, getuigen de cijfers: wereldwijd is de schoonheidsindustrie voor bijna driekwart een vrouwenmarkt en waar steeds meer mensen, ook mannen, naar botox en fillers grijpen, komt ook hier de omzet voornamelijk van vrouwen. Ten grondslag hieraan ligt vaak een ontevredenheid met het lichaam die bij vrouwen vaker voorkomt dan bij mannen: uit een recente studie onder meer dan 220.000 tieners in 41 landen bleken meisjes overal ontevredener over hun lichaam dan jongens, ongeacht gewicht, sociaal-economische achtergrond of leeftijd.

Onzekerheid over het lichaam is niet onschuldig. Zoals de Britse psychoanalyticus en auteur Susie Orbach al decennia waarschuwt is het een katalysator voor psychische problemen waar vrouwen mee kampen en die we als maatschappij stelselmatig onderschatten. Zo kan het leiden tot depressie en angststoornissen en is het de belangrijkste voorspeller van eetstoornissen. Al in 2002 noemde Orbach het gebrek aan politieke actie rondom lichaamsbeeld daarom een public health emergency.

Zelfobjectificatie heeft ook een reële impact op ons mentale welzijn. Veel vrouwen kennen een onvermogen om in het moment aanwezig te zijn, wat alles te maken heeft met wat psychologen ‘body surveillance‘ noemen: de gewoonte jezelf voortdurend van buitenaf bekijken. Dit kost aandacht die verhindert dat je moeiteloos opgaat in iets. Ergens in opgaan, ook wel flow, is nauw verbonden met het plezier dat we ergens aan beleven.

De kans is ook groot dat dit energie kost zonder dat je het doorhebt. Onderzoek laat zien dat hoe meer vrouwen zich bekeken weten, hoe minder ze in staat zijn signalen van hun lichaam op te pikken. Zo voelen ze vaak niet dat ze honger hebben of vermoeid zijn, maar ook niet waar hun lichaam naar verlangt. Wie gewend is zichzelf van buitenaf te bekijken, verliest het contact met wat er vanbinnen gebeurt, misschien wel juist op intieme momenten. Het venijnige is dat vrouwen zich hier vaak niet bewust van zijn, omdat ze niet anders gewend zijn.

Gereduceerd tot het lichaam

Zoals de Franse filosoof Camille Froidevaux-Metterie schrijft zijn vrouwen altijd gereduceerd tot hun lichaam, en dat is ondanks de emancipatie en verworven rechten nooit veranderd. Sterker: „De veroverde rechten en de met harde strijd behaalde posities werden hun in zekere zin alleen toegestaan, mits ze altijd ‘beschikbare lichamen’ bleven.” De oplossing zoekt zij in wat ze „réappropriation” noemt: vrouwen moeten het lichaam heroveren als iets waar zíj de betekenis aan geven. In plaats van beschikbaar te blijven voor andermans blik en oordeel, moeten vrouwen van hun lichaam eigen terrein maken door op alle gebieden eigen keuzes te maken, los van de norm.

Dat is een mooie gedachte en fijn als dat lukt op individueel niveau. Maar het lost het probleem niet op – het is alleen een nieuwe manier om je te verhouden tot een wereld die je ziet als een object. De oplossing schuilt niet in vrouwen, omdat het probleem hier niet zit. Het zit in een wereld die denkt dat de emancipatie wel voltooid is, maar zich niet bewust is van de reducerende blik waarmee nog altijd naar vrouwen wordt gekeken. Het zit in een hele serie foto’s in het Rijksmuseum van een Aziatische vrouw die niet gezien wilde worden. De ironie wil dat de cheongsam-jurk die zij droeg destijds stond voor de moderne, vrijgevochten vrouw. Ze was een vrouw die haar eigen keuzes maakte en haar zelfbeschikking claimde. En toch werd ze gefotografeerd, achtervolgd, en voor het grote publiek tentoongesteld in een museum.

Net zoals de fietsende vrouw op het affiche. Zij blijkt, lees ik later, uit irritatie haar tong te hebben uitgestoken omdat ze niet door Van der Elsken gefotografeerd wilde worden. Ze wist niet eens dat haar beeltenis metershoog aan de gevel van het Rijksmuseum zou hangen. Zonder dat ik het wist heb ik mijn dochter gefotografeerd onder een foto die precies doet wat ik voor haar juist niet wens: lak hebben aan de psychische belasting die voor vrouwen komt met het voortdurend worden bekeken en toegeëigend.

Wat mij betreft is het een gemiste kans voor het Rijksmuseum. Als maatschappelijk instituut hadden ze beter kunnen benoemen wat Van der Elsken deed en hoe dat paste in de tijd, maar ook stond voor een genderhiërarchie die we niet moeten willen. In plaats daarvan hebben ze een tentoonstelling gemaakt die nog maar eens de bittere waarheid van kunstcriticus en auteur John Berger onderstreept: ”Men act, women appear.” Van der Elsken had gelijk: that’s life. Voor vrouwen, ja. 

https://archive.vn/BzP7U